Agenda

Pinksteren 70 jaar Artiestenmis Muzikaal ensemble Alegría o.l.v. Mannu Wuyts

Datum: 19 2013 11:30 tot 04 2013 12:15
Details:
 

Op Pinksterzondag in 1943 vond de 1ste Artiestenmis plaats. 70 jaar wordt de Artiestenmis nog steeds met veel belangstelling bijgewoond.

Dit willen we graag vieren met een feestelijk programma.

Feestelijke mis ‘Gratias agimus tibi’ (ZWV 13) van Jan Dismas Zelenka (een tijdgenoot van J.S.Bach
& delen uit de ‘Coronation Anthem’ van Georg Friedrich Händel

Voorgegaan door erepastoor Ew. H. Marc Dierickx in concelebratie met pastoor Ew. H. Hendrik Hoet, Ew. P. Guido Dierickx sj en P. O. Ew. P. Johan Verschueren sj.

Solisten, koor en orkest
Muzikaal Ensemble Alegría
Algemene leiding : Mannu Wuyts

Over het leven van Jan Dismas Zelenka is weinig bekend. Vast staat dat hij J.S.Bach en zonen persoonlijk heeft gekend en dat Bach hem tot de belangrijkste componisten van zijn tijd rekende. Aan het begin van de twintigste eeuw was zijn werk vrijwel geheel in de vergetelheid geraakt. Pas sinds de jaren zeventig wordt zijn werk weer met enige regelmaat uitgevoerd.

Zelenka ontving zijn eerste muzieklessen waarschijnlijk van zijn vader, de cantor en organist van Launowitz, nabij Praag. Hij bezocht daarna zeer waarschijnlijk het Jezuïetencollege Collegium Clementinum te Praag, waaraan hij in de periode 1704-1723 ook enkele composities leverde. In 1709 was hij als musicus verbonden aan de huishouding van de adellijke Praagse Von Hartigfamilie. In 1710-1711 verhuisde hij naar Dresden, waar hij als bassist in de hofkapel van  August II de Sterke, koning van Polen en grootvorst van Litouwen (van 1697 tot 1704 en van 1709 tot 1733).werd aangenomen. Dit orkest, waaraan Zelenka voor de rest van zijn leven verbonden bleef, groeide gaandeweg uit tot een van de beste orkesten van Europa.

De jaren 1716-19 stonden voor Zelenka in het teken van studie en verdieping. In 1719 nam hij, samen met kapelmeester Johann David Heinichen, de taak op zich de composities te verzorgen voor de hofkerk van Augustus de Sterke. Vanaf 1720 groeide Dresden onder hun handen uit tot het centrum van katholieke kerkmuziek in de Duitstalige landen.

Hij stierf in 1745, ongehuwd, enkele dagen voor Kerstmis. Over zijn persoon is vrijwel niets bekend: in de negentiende eeuw merkt een musicoloog op dat tijdgenoten hem beschouwden als “een gereserveerde, bijgelovige katholiek, maar ook een respectabele, stille, eenvoudige man”.